Financiële positie
Investeren vanuit een stabiele basis
Oss heeft een goede reservepositie. Maar de financiële positie op basis van de (meerjaren) begroting staat onder druk. Dit wordt vooral veroorzaakt door kostenstijgingen in het sociaal domein (met name Jeugdhulp en Wmo). We zien de tekorten binnen Jeugdhulp oplopen en ook zien we door de invoering van het abonnementstarief de kosten voor de Wmo verder stijgen. Richting het Rijk maken we ons, samen met de VNG, hard voor structurele compensatie van de hogere kosten. Ook lobbyen we voor de afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting. Als gemeenten hebben we meer financiële armslag nodig om alle (landelijke) ambities te realiseren. Daarnaast gaat ook de huidige COVID-19 crisis effecten hebben. De landelijke compensatie voor dit jaar vanuit het Rijk waarderen we, echter we maken ons grote zorgen over de toekomstige gevolgen van deze crisis. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor onze lokale economie, voor cultuur en wat zijn de sociale en maatschappelijke effecten? Deze onzekere effecten zullen directe gevolgen gaan hebben voor onze meerjarenbegroting.
We kiezen ervoor om op dit moment NIET te bezuinigen en om juist anticyclisch te investeren. We willen vooral vasthouden wat we hebben! En blijven investeren vanuit een stabiele basis. Onze topprioriteiten daarbij blijven:
- Dynamisch stadscentrum;
- Voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur;
- Bouwen voor de toekomst;
- Uitvoering sociaal domein;
- Duurzaamheid;
- Investeren in de organisatie.
Via de winsten uit het grondbedrijf maken we in 2021 geld vrij voor de bovenste drie topprioriteiten. En in de begroting maken we geld vrij voor de andere topprioriteiten. Om te zorgen voor een stabiele financiële basis zien we ons genoodzaakt om de OZB in 2021 extra te verhogen met 5%, bovenop de inflatiecorrectie van 2,25%.
Hierdoor presenteren we een sluitende meerjarenbegroting, waarbij we tussentijdse tekorten voor de jaren 2021 en 2023 accepteren. Deze tekorten halen we uit onze algemene reserve.
We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. Tenslotte geven we aan welke financiële uitgangspunten we hebben gehanteerd bij het opstellen van de begroting.
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten | |||||
Omschrijving | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|---|
Bestaand beleid | |||||
Lasten | 343.393 | 288.955 | 294.744 | 280.895 | 272.564 |
Baten | -339.332 | -288.291 | -294.057 | -279.538 | -270.063 |
Saldo | 4.061 | 664 | 688 | 1.357 | 2.501 |
Stortingen reserves | 20.489 | 8.323 | 5.145 | 6.541 | 1.889 |
Onttrekkingen reserves | -23.093 | -8.415 | -5.058 | -6.140 | -3.727 |
Saldo mutaties reserves | -2.604 | -92 | 88 | 401 | -1.838 |
Totaal bestaand beleid | 1.457 | 572 | 775 | 1.758 | 663 |
Nieuw beleid | 1.484 | 832 | 735 | 635 | 585 |
3O-Ontwikkelingen | 1.082 | 435 | 104 | 363 | 430 |
Budgettair neutrale wijzigingen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Septembercirculaire | -2.068 | -719 | -1.769 | 72 | 11 |
Saldo programmabegroting | 1.955 | 1.120 | -154 | 2.828 | 1.689 |
"Geaccepteerde" tekorten voor de jaren 2023 en 2024
Net als vorig jaar werken we met een geaccepteerd tekort van € 1,7 miljoen voor de jaren 2023 en 2024. Reden hiervan is dat we voor de jaren ervoor extra gelden voor de uitvoering van jeugdzorg hebben ontvangen ter hoogte van € 1,7 miljoen. Dit geld is echter (nog) niet structureel beschikbaar gesteld. Wanneer het kabinet inderdaad besluit om structurele steun te verlenen n.a.v. de tekorten in de jeugdzorg, is het werkelijke tekort dus lager. Deze handelingswijze is net als vorig jaar ook goedgekeurd door onze toezichthouder de provincie. Rekening houdend met dit "geaccepteerd" tekort zijn de begrotingsuitkomsten:
Omschrijving | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|---|
Saldo programmabegroting | 1.955 | 1.120 | -154 | 2.828 | 1.689 |
"Geaccepteerd" tekort | 1.700 | 1.700 | |||
Saldo programmabegroting | 1.955 | 1.120 | -154 | 1.128 | -11 |
Hiermee presenteren we een sluitende meerjarenbegroting.
Conclusies uit de tabel
De meerjarenbegroting (de jaren 2022 en 2024) sluit af met een positief saldo. Het laatste jaar is dit saldo nihil. Uiteraard rekening houdend met de verwachting dat we nog een minimale compensatie krijgen voor jeugdzorg ter hoogte van € 1,7 miljoen. De tussenliggende jaren hebben tekorten tussen de € 1,1 en € 2 miljoen per jaar. Deze tekorten tellen op tot een totaalbedrag van € 4,2 miljoen. Dit bedrag halen we uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt op dit moment € 22,3 miljoen en de minimale norm is € 18 miljoen. Het overschot op de algemene reserve is dus voldoende om het tekort van de komende jaren te dekken. Hierbij merken we op dat we deze algemene reserve aanvullend inzetten (conform raadsbesluit) voor eventuele COVID-19 compensatie maatregelen.
Hoe is het tekort van het bestaand beleid ontstaan?
Bij de begrotingsbehandeling in november 2019 is de meerjarenraming vastgesteld. Dit leidde tot een fors tekort in 2020 van € 3,2 miljoen. De meerjarenbegroting sloot voor de jaren 2022 en 2023 met tekorten ter hoogte van € 1,4 - € 1,6 miljoen. De meicirculaire 2020 zorgde voor alle jaren voor positieve financiële effecten. De eerste financiële tussenrapportage 2020 zorgde echter voor forse kostenstijgingen en voor tekorten. Belangrijke jaarlijkse kostenstijgingen uit deze rapportage waren:
- Hogere kosten voor jeugdzorg (€ 335.000 in 2020 en € 850.000 vanaf 2021);
- Hogere uitvoeringskosten voor jeugdzorg (€ 260.000 in 2020 en € 156.000 structureel vanaf 2021);
- Hogere kosten voor huishoudelijke verzorging (€ 85.000 structureel);
- Hogere kosten voor Bijzondere bijstand (€ 231.000 structureel);
- Hogere kosten voor de Regiotaxi (€ 137.000 structureel).
Vervolgens zijn er mutaties geweest op deze bestaande begroting in de vorm van nieuw beleid, 3O-ontwikkelingen en de septembercirculaire 2020. Deze lichten we afzonderlijk toe.
Financiële effecten programmabegroting 2021-2024
Nieuw beleid
In deze programmabegroting 2021-2024 zijn de speerpunten uit de prioriteitennota 2021-2024 financieel vertaald. We beoordelen jaarlijks in hoeverre we financiële ruimte hebben om plannen te versnellen of bij de stellen. Hierbij blijven we kijken naar kansen. De huidige financiële positie noodzaakt om hierin extra kritisch te zijn. In deze begroting hebben we voor belangrijke prioriteiten extra financiële ruimte vrijgemaakt. Onderstaand een samenvattend overzicht hiervan.
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten
- is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten
bedragen x € 1.000
Omschrijving | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|---|
Uitvoering sociaal domein | 0 | 570 | 570 | 570 | 570 |
Extra subsidie Stichting Leergeld | 0 | 50 | 0 | 0 | 0 |
Uit reserve Wonen, welzijn en zorg | 0 | -50 | 0 | 0 | 0 |
Aandacht voor "Van Bijstand naar Meedoen" | 338 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Preventief en pro-actief arbeidsbeleid "Van Werk naar Werk" (COVID-19) | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bestandontwikkeling en extra actie "Van Bijstand naar Werk" (COVID-19) | 400 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Vroegsignalering Schuldenproblematiek | 0 | 24 | 24 | 24 | 24 |
Programma Buiten Spelen = Buiten Bewegen | 0 | 50 | 50 | 0 | 0 |
Vitale verenigingen | 0 | 50 | 50 | 0 | 0 |
Cultuureducatie met Kwaliteit | 0 | 97 | 0 | 0 | 0 |
Afvalinzameling | 546 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Uitbreiding capaciteit grondbedrijfcomplexen | 0 | 502 | 92 | 92 | 92 |
Uit ABR | 0 | -502 | -92 | -92 | -92 |
Impuls recreatie en toerisme | 0 | 50 | 50 | 50 | 0 |
Integrale veiligheid | 0 | 30 | 30 | 30 | 30 |
Ontwikkelplan medewerkers ICT | 0 | 125 | 125 | 0 | 0 |
Uit reserve Automatisering | 0 | -125 | -125 | 0 | 0 |
Basis op orde/versnelling woningbouw | 0 | 370 | 370 | 370 | 370 |
Verkenning Office 365 | 0 | 35 | 0 | 0 | 0 |
Uit reserve Automatisering | 0 | -35 | 0 | 0 | 0 |
Voorbereidingen cloud | 0 | 130 | 30 | 30 | 30 |
Uit reserve Automatisering | 0 | -100 | 0 | 0 | 0 |
Informatieveiligheid | 0 | 112 | 112 | 60 | 60 |
Uit reserve Automatisering | 0 | -52 | -52 | 0 | 0 |
Ontwikkeling strategische slagkracht | 0 | 470 | 470 | 470 | 470 |
Aanpassingen kantoorconcept | 0 | PM | PM | PM | PM |
Totaal nieuw beleid | 1.484 | 1.801 | 1.704 | 1.604 | 1.554 |
Extra OZB stijging (5%) | -969 | -969 | -969 | -969 | |
Totaal nieuw beleid | 1.484 | 832 | 735 | 635 | 585 |
In lijn van de vastgestelde prioriteitennota maken we structurele ruimte vrij ter hoogte van € 1,5 miljoen voor:
- Uitvoering sociaal domein: € 570.000
- Basis op orde en versnelling woningbouw/ bedrijventerreinen: € 370.000
- Versterken gemeentelijke organisatie, inclusief ICT: € 560.000.
Daarnaast maken we ruim € 0,9 miljoen vrij om pro-actief aan de slag te gaan met participatiebevordering (van bijstand naar meedoen/ van werk naar werk/ van bijstand naar werk). Dit is nodig om de economische schade te beperken, om de werkloosheid te minimaliseren en de instroom in de bijstand te beperken. We betalen dit (indirect) uit de voordelen van een ESF subsidie en uit het overschot op de uitvoeringskosten van de TOZO regeling.
Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 4.1).
Investeringsimpulsen
Vanuit de algemene bedrijfsreserve worden winsten uit het grondbedrijf gehaald. In 2019 was dit een bedrag van € 4,6 miljoen en in 2020 € 6,6 miljoen. Voor het jaar 2021 verwachten we een bedrag van € 13,6 miljoen. Op basis van de huidige prognoses is de afroming tussen 2022 en 2024 circa € 8,4 miljoen in totaal. Daarna zullen de winsten beperkter zijn. We willen deze gelden strategisch goed inzetten, wetende dat na 2022/2023 deze geldstroom grotendeels opdroogt. Daarom moeten we dit geld alleen uitgeven aan investeringen die op termijn rendement opleveren. Rendement kan worden uitgedrukt in besparingen, maatschappelijke winst, voorfinanciering die na verloop van tijd geld oplevert. We willen met deze middelen het profiel van Oss langjarig kunnen versterken.
In de prioriteitennota 2021-2024 is het volgende kader voor de besteding bepaald:
- Bouwen voor de toekomst: € 10 miljoen over komende 3 jaar
- Dynamisch stadscentrum: € 2 miljoen
- Voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur: € 2 tot 3 miljoen
- Geen extra investeringsmiddelen voor duurzaamheid, economie en mobiliteit.
bedragen x € 1.000 | |||||
2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
Afroming algemene bedrijfsreserve | 13.611 | 3.323 | 3.235 | 1.804 |
In deze begroting stellen we concreet voor om de gelden van 2021 als volgt in te zetten:
bedragen x € 1.000 | ||
2021 | ||
Storting Investeringsfonds Stadshart Oss | 2.000 | |
Investeringsimpuls Ontmoeten, sport en cultuur | 3.123 | |
Meekoppelkansen waterveiligheidsproject Meanderende Maas | 500 | |
Nieuwbouw Golfbad Oss | 75 | |
Voorlopig reserveren binnen ABR o.a. voor woningbouwambities (restant) | 7.913 | |
Totaal claims | 13.611 |
Storting Investeringsfonds Stadshart Oss
We stellen voor om € 2 miljoen te storten in het investeringsfonds. Dit willen we inzetten voor stimuleringsmaatregelen in het centrum (wonen in het centrum, gevelverbetering, vergroening van het stadshart en een leegstandsmakelaar inclusief fondsen).
Voor de ontwikkeling van het dynamisch stadscentrum spreken we samen met het TBL over een andere inrichting van het TBL terrein met de opzet om een stadssportpark te creëren. Deze ontwikkelingen op het TBL terrein ramen we op circa € 2 miljoen. Dit werken we zowel inhoudelijk als financieel verder uit. Bij deze uitwerkingen gaan we ook in op het gemeentelijke aandeel en het aandeel voor het TBL.
Investeringsimpuls Ontmoeten, sport en cultuur
Binnen het programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur hebben we grote knelpunten in de uitvoering. Met een incidentele impuls willen we een versnelling in de komende jaren realiseren. We stellen voor om een investeringsimpuls te doen van afgerond € 3,1 miljoen. We gebruiken deze middelen onder meer voor het uitvoeren en versnellen van een aantal majeure projecten. Belangrijke projecten hierin zijn: Golfbad (voorbereiding), positioneringsonderzoek Lievekamp, Vidi Reo/Ontmoeten Ravenstein, renovatie scouting Titus Brandsma (dit koppelen we aan ontmoeten in Oss Zuid breed), kunstgrasveld voetbalvereniging Margriet, schuldsanering Groene Engel en ontwikkeling van het cultureel programma van het Warenhuis.
Meekoppelkansen waterveiligheidstraject Meanderende Maas
We stellen voor om een bedrag van € 500.000 in de reserve waterfront Ravenstein-Lith te storten. We werken mee aan de uitwerking van het project. Onze rol is vooral het benutten van koppelkansen voor recreatie & toerisme, natuur, erfgoed en de haven en het bewaken van de dialoog met de omgeving. Voor het benutten van koppelkansen is het nodig dat wij als gemeente cofinanciering verzorgen.
Nieuwbouw Golfbad Oss
Voor de verdere voorbereiding van het traject naar een nieuw zwembad hebben we aanvullend een bedrag nodig van € 75.000. Voor de start van het traject moeten we een groot aantal strategische keuzes maken, zoals aanbesteden, eigendom, exploitatie, BTW etc. Deze keuzes hebben allemaal hun eigen complexe, specialistische achtergrond waarvoor specifieke kennis een vereiste is.
Voorlopig reserveren binnen ABR voor o.a. woningbouwambities
In de Prioriteitennota 2021-2024 hebben we aangegeven ongeveer de helft van de vrij te besteden middelen in de ABR beschikbaar te willen houden voor de versnelling van de woningbouw en bedrijventerreinen. We stellen daarom voor om voorlopig het restant van de vrijval (€ 7,9 miljoen) hiervoor te reserveren binnen de ABR. Hoe groot deze totale ruimte moet zijn is op dit moment lastig in de schatten. De taskforce wonen/ bedrijventerreinen gaat hier meer richting aan geven. Vandaar dat we voorstellen om het restant voorlopig binnen de ABR te reserveren.
Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we dit uitgebreider toe (onderdeel 4.1). |
---|
3O-ontwikkelingen
Samengevat geven de 3O-ontwikkelingen het volgende beeld:
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten | ||||||
Omschrijving | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
---|---|---|---|---|---|---|
Huishoudelijke verzorging en WMO voorzieningen | 1.040 | 1.084 | 1.034 | 1.034 | 1.034 | |
Praktijkondersteuner huisartsen | -90 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Specialistische jeugdhulp 2020 en 2021 | -580 | -790 | 0 | 0 | 0 | |
Egalisatiereserve Wsw | -647 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
BUIG (COVID-19) | 352 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Tozo regeling (COVID-19) | 14.344 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Voorschot Tozo (COVID-19) | -14.344 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Voordeel uitvoeringskosten Tozo middelen (COVID-19) | -600 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Investeringsprogramma Onderwijshuisvesting | 0 | 0 | -553 | -98 | -105 | |
Evenementen (COVID-19) | 154 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Investeringsprogramma Sport en Ontmoeten | 0 | -15 | -107 | -56 | 46 | |
Kwijtschelding huur amateurorganisaties sport (COVID-19) | 328 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Verwachte rijksbijdrage | -328 | |||||
Kwijtschelding huur amateurorganisaties Cultuur (COVID-19) | 91 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Compostering / Bedrijfsafval (COVID-19) | 130 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Aankoop gronden Maashorst | -200 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Storting in reserve aankoop gronden Maashorst | 200 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Programma energietransitie | -140 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Havengelden (COVID-19) | 112 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Samenwerking Noordoost-Brabant Werkt | 0 | 92 | 92 | 92 | 92 | |
Parkeren (hoofdzakelijk COVID-19) | 1.137 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Omgevingswet en omgevingsvisie | 0 | 410 | 265 | 136 | 0 | |
Taskforce Brabant Zeeland | 0 | 44 | 44 | 44 | 44 | |
Veiligheidsregio Brabant Noord | -174 | 49 | 49 | 49 | 49 | |
Vrijval ESF middelen | -338 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Lagere legesopbrengsten huwelijken (COVID-19) | 50 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Deelnemersbijdrage BOSB | 284 | 19 | 19 | 19 | 19 | |
Lagere inkomsten toeristenbelasting (COVID-19) | 0 | 57 | 0 | 0 | 0 | |
Precariobelasting (COVID-19) | 35 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Uitstel rente en aflossing door COVID-19 | 272 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
Lagere rentekosten | 0 | -100 | -150 | -300 | -300 | |
Onzeker dividend Bank Nederlandse Gemeenten (COVID-19) | 100 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
OZB stijging inflatie | 0 | -436 | -436 | -436 | -436 | |
Overige posten | -106 | 21 | -153 | -121 | -13 | |
Totaal 3O-ontwikkelingen | 1.082 | 435 | 104 | 363 | 430 |
Septembercirculaire
Samengevat is de uitkomst van de septembercirculaire als volgt:
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten | ||||||
2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | ||
Septembercirculaire 2020 | -190.176 | -183.523 | -183.880 | -182.046 | -182.035 | |
Meicirculaire 2020 | -184.390 | -181.719 | -181.483 | -181.495 | -181.423 | |
Saldo | -5.786 | -1.804 | -2.397 | -551 | -612 | |
Totaal af te zonderen | 3.718 | 1.085 | 628 | 623 | 623 | |
Netto ontwikkeling | -2.068 | -719 | -1.769 | 72 | 11 |
Algemene ontwikkelingen:
- In verband met de huidige crisis wordt het accres voor de jaren 2020 en 2021 bevroren op het niveau van de Voorjaarsnota 2020 (landelijk). Hierdoor ontstaat er zekerheid voor de komende 2 jaren over de hoogte van de algemene uitkering. Ook de accressen voor de jaren erna zijn gelijk gehouden aan de meicirculaire. Gevolg hiervan is dat structurele effect van de circulaire zeer beperkt is. We ontvangen wel incidentele maar geen structurele tegemoetkoming van het Rijk.
- 28 mei en 31 augustus 2020 zijn er compensatiepakketten voor de COVID-19 crisis voor gemeenten gepresenteerd. In deze circulaire zijn de bedragen voor onze gemeente vastgesteld. Daarnaast zijn er nog afspraken gemaakt over mogelijke toekomstige compensatie:
- Er is landelijk € 100 miljoen gereserveerd voor mogelijke extra inkomstenderving bij gemeenten. Dit wordt landelijk nader onderzocht.
- Om tot de afrekening van de meerkosten en de kosten van de inhaalzorg voor jeugdhulp en Wmo te komen wordt nu onderzoek gedaan;
- Er wordt nader onderzoek gedaan naar de mogelijk nog niet gedekte uitgaven voor sport.
- In de begroting van het ministerie van SZW zijn gelden opgenomen voor diverse maatregelen naar de toekomst. Het betreft maatregelen op het gebied van begeleiding van werk(loosheid) naar werk, aanpak van jeugdwerkloosheid, (om)scholing en ontwikkeling, het tegengaan van armoede en problematische schulden etc. In 2020 is hiervoor landelijk € 40 miljoen en in 2021 € 90 miljoen beschikbaar voor dienstverlening aan bijstandsgerechtigden en komt er in 2020 € 15 miljoen en in 2021 € 30 miljoen beschikbaar voor het gemeentelijk schuldenbeleid. Exacte bedragen volgen via de decembercirculaire.
- Voor het jaar 2022 is eenmalig € 300 miljoen extra toegevoegd aan het budget voor jeugdhulp om de transitie – en transformatiedoelen te realiseren. Dit is aanvullend op de gelden die we voor de jaren ervoor extra hebben gekregen. Voor ons is dit een bedrag van afgerond € 1,7 miljoen.
- Gezien de toegenomen financiële druk voor gemeenten heeft het kabinet besloten om de oploop van de opschalingskorting in de jaren 2020 en 2021 incidenteel te schrappen.
Belangrijke kanttekening is dat in de septembercirculaire is gerekend met de accressen, zoals deze in de meicirculaire stonden. Landelijk is de Miljoenennota doorgerekend en hieruit blijkt dat gemeenten vanaf 2022 op fors minder geld uit het gemeentefonds mogen rekenen. Hiermee is (nog) geen rekening gehouden in de septembercirculaire. In plaats van een plus van ruim € 1 miljard, krijgen gemeenten in dat jaar te maken met een min van bijna € 300 miljoen. Zoals eerder aangeven zijn de accressen voor de jaren 2020 en 2021 bevroren. Normaal is het zo dat gemeenten meer geld krijgen uit het gemeentefonds als het rijk meer uitgeeft dan begroot. Omgekeerd geldt dat ook: als het rijk minder uitgeeft dan begroot ontvangen de gemeenten ook minder. Door bevriezing van het accres worden grote schommelingen in die accresontwikkeling – als gevolg van de extra COVID-19 uitgaven van het kabinet – enigszins gedempt. Vanaf 2022 geldt die bevriezing niet. Dat wordt aan een nieuw kabinet overgelaten. We lopen dus een risico dat wanneer de accressen weer geactualiseerd worden we een fors nadeel hebben vanaf 2022 en verder!
Overige ontwikkelingen:
- Uitstel herijking verdeling gemeentefonds
De herijking van de verdeling van het gemeentefonds is uitgesteld met één jaar naar 2022. Voor het klassieke deel is aanvullend onderzoek nodig en voor het sociaal domein is een nadere analyse nodig van de uitschieters. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling wordt naar verwachting dit jaar afgerond, met verwachte verwerking van de uitkomsten in de decembercirculaire 2020.
- Uitstel invoering nieuw woonplaatsbeginsel
De invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel is met een jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Met de invoering hiervan verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar schatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente. Deze implementatie moet zorgvuldig gebeuren omdat dit zowel voor gemeenten als voor jeugdhulpaanbieders veel uitzoekwerk en overdrachtswerkzaamheden met zich mee brengt.
In bijlage 4 hebben we een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de septembercirculaire opgenomen.
Investeringen
Via deze programmabegroting stellen we ook investeringskredieten vast. De kapitaallasten van de investeringen zijn verwerkt in de lasten per programma. Als er sprake is van nieuwe investeringen hebben we dat gedaan via de 3O-ontwikkelingen of nieuw beleid bij de programma’s. In de paragraaf investeringsplan zijn alle investeringen opgenomen. Samengevat geeft dit het volgende beeld per programma:
| ||||||
Programma | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | |
---|---|---|---|---|---|---|
2. Werk, inkomen en onderwijs | 200 | 9.859 | 16.625 | |||
3. Ontmoeten, sport en cultuur | 823 | 6.687 | 10.762 | 2.975 | 4.329 | |
5. Zuinig op ons klimaat | 10.215 | 4.401 | 6.791 | 4.697 | 4.737 | |
6. Vitale economie | 638 | |||||
7. Mobiliteit | 849 | 212 | 338 | 1.017 | 611 | |
10. Besturen in verandering van tijden | 598 | 2.305 | 1.885 | 3.876 | 1.407 | |
Totaal geplande investeringen | 12.685 | 24.102 | 36.401 | 12.565 | 11.084 |
Uit het overzicht blijkt dat we de komende jaren in totaal circa € 97 miljoen investeren. Voor een specificatie wordt verwezen naar betreffende paragraaf investeringsplan. Het vaststellen van de programmabegroting is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. Daarbij is het totale investeringsbedrag per programma leidend. De in het investeringsplan opgenomen investeringsbedragen voor 2020 en 2021 zijn na het vaststellen van deze programmabegroting direct beschikbaar voor uitvoering. Investeringen waarvan de kaders nog onvoldoende duidelijk zijn leggen we apart aan de gemeenteraad voor. Dit zijn de investeringen die in de tabel paragraaf investeringsplan zijn aangemerkt met een “R”.
Structureel saldo programmabegroting
Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht.
In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting.
+ is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten | |||||
Omschrijving | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 |
---|---|---|---|---|---|
Saldo programmabegroting 2021-2024 | 1.955 | 1.120 | -154 | 2.828 | 1.689 |
waarvan incidentele baten en lasten | 1.776 | -616 | 598 | 1.958 | 1.700 |
Structureel saldo programmabegroting | 179 | 1.736 | -752 | 870 | -11 |
De conclusie hieruit is dat de begroting meerjarig structureel sluitend is. Meerjarig is in 2024 het structurele saldo van de begroting € 11.000. Dit komt vooral doordat we geen structurele raming hebben opgenomen van de extra rijksinkomsten voor jeugdzorg (terwijl de structureel hogere kosten wel zijn geraamd).
Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor het stadscentrum, waterveiligheid Maas, verschuivingen van investeringen in het MIP, invoering van de nieuwe Omgevingswet, kosten en compensatiemaatregelen COVID-19 etc.
In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten.
Financiële uitgangspunten
In het coalitieakkoord ‘Kansen zien, kansen pakken’ is gekozen voor een solide financieel beleid met sluitende meerjarenbegrotingen. Er is gekozen voor stabiliteit. Wel willen we kansen benutten als deze zich voordoen. We vermijden extra bezuinigingen zoveel mogelijk.
De begroting 2021 en de meerjarenramingen 2022-2024 hebben opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten:
- Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We hebben een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.
- In de Prioriteitennota 2021-2024 is besloten om de begrotingsjaren 2023 en 2024 NIET sluitend te maken en voor die jaren te werken met een zichtbaar tekort van € 1,7 miljoen (voor het jaar 2022 hebben we al wel € 1,7 miljoen extra ontvangen). Voor de uitvoering van jeugdzorg hebben we extra geld ontvangen, echter we worden niet structureel gecompenseerd voor hogere uitvoeringskosten. Aanvullend wordt landelijk onderzocht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten extra middelen nodig hebben. Daarnaast worden de komende maanden bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG over hoe het jeugdstelsel effectiever, efficiënter en beter kan gaan functioneren. Zelf verwachten we dat de kostenstijgingen binnen jeugdzorg structureel van aard zijn en groter zijn dan € 1,7 miljoen.
- Nieuwe bezuinigingen proberen we – mede op basis van een aangenomen raadsmotie tijdens het COVID-19 debat – zoveel mogelijk te voorkomen. We zijn extra kritisch op de beschikbare budgetten en nieuw beleid. We gaan uit van ‘oud voor nieuw’ en monitoren de bezuinigingsopdrachten die de afgelopen begroting zijn uitgezet kritisch.
- We hebben een algemene reserve die in principe voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering).
- We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met deze programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
- We streven naar een lokale lastendruk van minimaal € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. Deze norm komt onder druk te staan.
- We verhogen de OZB met 7,25%, bestaande uit reguliere prijsinflatie (2,25%) en aanvullend 5% conform de vastgestelde prioriteitennota.
- We verhogen de rioolheffing niet (0%).
- We verhogen de afvalstoffenheffing met 18% (dit is een gemiddelde stijging en afhankelijk van de containersamenstelling).
- Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt uitgegaan van de nullijn. Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt de nullijn voor prijscompensatie gehanteerd.
- De rekenrente stellen we in principe vast op 1,1%. De rente voor de grondexploitaties bedraagt in de begroting 1,08%. Dit is gebaseerd op landelijke verslagleggingsvoorschriften.
- De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2020.
- In programma 11 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Deze post is bedoeld om incidentele tegenvallers op te vangen. Het college besluit over de inzet van deze post. Daarbij geldt de voorwaarde dat inzet past binnen de criteria: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording hierover nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten met vaststelling door de gemeenteraad.