1. Algemene ontwikkeling
Het COELO onderzoekt jaarlijks de lastendruk met betrekking tot de gemeentelijke belastingen en heffingen. Het gaat om belastingen en heffingen die tot woonlasten voor gebruikers van woningen leiden (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing).
In het volgende overzicht hebben we de cijfers uit de COELO-atlas 2020 opgenomen.
De uitgangspunten daarbij zijn:
- voor Oss ligt de gemiddelde WOZ-waarde tussen € 230.000 en € 260.000
- de landelijk gemiddelde WOZ-waarde is € 286.000
- het tarief voor de afvalstoffenheffing is gebaseerd op een container van 240 liter voor restafval in combinatie met een container van 140 liter voor GFT-afval. Bij gemeenten die diftar hanteren gaan ze uit van gemiddelde hoeveelheid restafval en gft afval.
- het tarief voor de rioolheffing bestaat uit het eigenaarstarief plus het gebruikerstarief van een woning.
Op basis van de cijfers 2020 ziet het overzicht voor Oss er als volgt uit:
Lastendruk standaardwoning 2020 | Oss | Landelijk werkelijk |
---|---|---|
Onroerende zaakbelastingen | € 294 | € 295 |
Afvalstoffenheffing | € 278 | € 283 |
Rioolheffing | € 169 | € 199 |
Totaal | € 741 | € 777 |
Uit deze cijfers blijkt dat de lastendruk in Oss in 2020 € 36 onder het werkelijke landelijk gemiddelde ligt.
2. Uitgangspunten tarieven
Het is ons beleid om de Osse lastendruk € 22,50 onder het landelijk gemiddelde te houden. Voor het landelijk gemiddelde gaan we uit van de cijfers van het COELO.
Onze uitgangspunten voor de tarieven in 2021 zijn:
- We verhogen de OZB in 2021 met de inflatie, zijnde een percentage van 2,25;
- We voeren een extra verhoging van de OZB door van 5% om te komen tot een sluitende (meerjaren)begroting 2021-2024;
- Uiteraard worden de tarieven gecorrigeerd voor verwachte waardeontwikkeling;
- We verhogen de afvalstoffenheffing met 18 % (dit is een gemiddelde stijging en afhankelijk van de containersamenstelling) en de rioolheffing blijft gelijk;
- Op de tarieven voor de overige belastingen en leges passen we geen inflatiecorrectie toe.
Afhankelijk van landelijke ontwikkelingen verwachten we dat de lokale lastendruk onder het landelijke gemiddelde blijft. Het exacte bedrag kunnen we pas bepalen nadat bekend is hoe andere gemeente stijgen in lastendruk in 2021.
In het vervolg van deze paragraaf gaan we uit van deze uitgangspunten voor de tarieven. De definitieve voorstellen voor de tarieven behandelt de gemeenteraad in december 2020 bij het vaststellen van de belastingverordeningen.
Uitgangspunten kostentoerekening aan heffingen en leges
Alle kosten, die direct toegerekend kunnen worden aan heffingen en leges, komen ten laste van deze producten. Voor indirecte kosten, ook wel overhead genoemd, is dit niet mogelijk. Deze indirecte kosten bestaan onder andere uit kosten voor ICT, huisvesting, inkoop en financiën. Deze kosten begroten we volgens de verslagleggingsvoorschriften (BBV) centraal in programma 10. Besturen in veranderende tijden. Voor het berekenen van tarieven brengen we een deel van de indirecte kosten ten laste van de tarieven. Dit doen we met een opslag van de overhead als percentage op de directe loonkosten. Dit is voor 2021 76% (voor buitendienstmedewerkers hanteren we een lager percentage. Voor de heffingen zien we het onderdeel BTW ook als kosten. Deze rekenen we daarom door in de tarieven.
Kostendekkendheid heffingen
In de volgende tabel laten we zien voor welk percentage de tarieven voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend zijn.
bedragen x € 1.000 | ||
Omschrijving | Afvalstoffenheffing | Rioolheffing |
---|---|---|
Netto kosten | 12.195 | 6.875 |
Overhead | 971 | 672 |
BTW | 1.376 | 1.047 |
Totale kosten | 14.542 | 8.594 |
Totale opbrengsten heffing | 14.692 | 8.204 |
Kostendekkendheid exclusief reserve | 101% | 95% |
Kostendekkendheid inclusief reserve | 100% | 100% |
---|
Kostendekkendheid leges
In de volgende tabel laten we de kostendekkendheid van de leges zien. Deze kostendekkendheid is gebaseerd op de uitgangspunten die we hiervoor beschreven hebben.
Omschrijving | Kostendekkendheid |
---|---|
Legesverordening Titel 1 | |
Geboorten, huwelijken en overlijden | 52,11% |
Gemeentelijke basisadministratie | 13,83% |
Reisdocumenten | 46,64% |
Rijbewijzen | 77,11% |
Legesverordening Titel 2 | |
Omgevingsvergunningen | 79,00% |
Legesverordening Titel 3 | |
APV en bijzondere wetten | 7,47% |
Marktgelden | 69,92% |
Overige leges | |
Begraven | 58,29% |
Binnen de legesverordening onderscheiden we zogenaamde titels. De mate van kostendekkendheid bekijken we op het niveau van deze titels. Binnen deze titels kan sprake zijn van zogenaamde kruissubsidiëring, bijvoorbeeld grote bouwwerken zijn relatief goedkoper dan kleinere bouwwerken.
3. Prognose lastendruk 2021
Bij de prognose van de lastendruk 2021 ten opzichte van andere gemeenten is het uiteraard de vraag hoe de landelijke ontwikkeling in 2021 gaat worden. Dit is uiteraard op dit moment niet bekend.
Onderstaand zijn twee scenario's uitgewerkt. Conclusie van deze scenario's is in beide gevallen dat we als gemeente dichter bij de gemiddelde lokale lastendruk uitkomen en dat de norm van € 22,50 onder het landelijke gemiddelde lastig haalbaar is.
- Scenario: Landelijk ontwikkelt de lokale lastendruk zich zoals in 2020
Lastendruk standaardwoning 2021 | Oss prognose | Landelijk prognose |
---|---|---|
Onroerende zaakbelastingen (+ 7,25% in Oss) | € 315 | € 309* |
Afvalstoffenheffing (+ € 51)** | € 329 | € 305* |
Rioolheffing | € 169 | € 205* |
Totaal | € 813 | € 819 |
* stijging landelijk vergelijkbaar met stijging 2020. Dit is een aanname, wat betekent OZB stijging 4,9%, afval 7,8% en riolering 2,8%.
** Bij de verhoging zijn we uitgegaan van een gemiddelde van € 51. De werkelijke verhoging is afhankelijk van de containercombinatie die men had en die men in de toekomst krijgt. Dit betekent dat de werkelijke stijging sterk kan variëren.
Wanneer dit scenario werkelijkheid wordt, blijven we € 6 onder het landelijke gemiddelde. Dit bedrag neemt toe als we uitgaan van een containercombinatie van 140 liter voor restafval en 140 liter voor GFT-afval.
- Scenario: Landelijke ontwikkelt de lokale lastendruk zich zoals in 2020 met een hogere stijging van de afvalstoffenheffing
De grote onzekere post is de afvalstoffenheffing. We hebben een inhaalslag te maken, het tarief was al niet volledig kostendekkend maar daarnaast zie je dat de kosten van afvalinzameling overal stijgen en dat elke gemeente last heeft van minder opbrengsten uit bijv. papier, glas e.d. Een scenario waarbij landelijk afvalstoffenheffing met 10% stijgt geeft het volgende beeld:
Lastendruk standaardwoning 2021 | Oss prognose | Landelijk prognose |
---|---|---|
Onroerende zaakbelastingen (+ 7,25% in Oss) | € 315 | € 309* |
Afvalstoffenheffing (+ € 51)** | € 329 | € 311* |
Rioolheffing | € 169 | € 205* |
Totaal | € 813 | € 825 |
* stijging landelijk OZB stijging 4,9%, afval 10% en riolering 2,8%.
** Bij de verhoging zijn we uitgegaan van een gemiddelde van € 51. De werkelijke verhoging is afhankelijk van de containercombinatie die men had en die men in de toekomst krijgt. Dit betekent dat de werkelijke stijging sterk kan variëren.
Wanneer dit scenario werkelijkheid wordt, blijven we € 12 onder het landelijke gemiddelde. Dit bedrag neemt toe als we uitgaan van een containercombinatie van 140 liter voor restafval en 140 liter voor GFT-afval.
Uiteraard is andere belangrijke variabele hoe de ontwikkeling van de OZB landelijk zal zijn, gezien de financiële druk die op gemeente drukt op dit moment.
4. Kwijtschelding
De in de wet geboden ruimte om het kwijtscheldingsbeleid vorm te geven gebruiken we maximaal, wat betekent dat de kwijtscheldingsnorm op 100% ligt. Kwijtschelding kennen we voor de volgende belastingen toe:
- Onroerende zaakbelastingen (na de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB op woningen komt deze vorm van kwijtschelding nog slechts een enkele keer voor)
- Rioolheffing
- Afvalstoffenheffing
- Hondenbelasting
Kwijtscheldingsverzoeken | 2019 | 2020 |
---|---|---|
Meerjarige kwijtschelding | 980 | 1.150 |
Incidentele verzoeken | 1.302 | 818* |
Totaal | 2.282 | 1.968 |
* Van de 818 incidentele verzoeken zijn er 314 toegekend en 504 openstaand.
5. Overzicht belangrijkste belastingen en heffingen
Opmerking | Tarief 2020 | Begrote opbrengsten 2020 | Tarief 2021 | Begrote opbrengsten 2021 | |||||||
---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Onroerende zaakbelastingen | |||||||||||
- gebruikers niet-woningen | 1 | 0,2081 | € 3.188.000 | 0,2232 | € 3.427.000 | ||||||
- eigenaren woningen | 1 | 0,1153 | € 11.642.000 | 0,1237 | € 12.572.000 | ||||||
- eigenaren niet-woningen | 1 | 0,2574 | € 4.466.000 | 0,2761 | € 4.789.000 | ||||||
Afvalstoffenheffing | 2 | € 278 | € 9.976.000 | € 329 | 12.033.000 | ||||||
Rioolheffing | |||||||||||
- woningen | 3 | € 168,48 | € 6.627.000 | € 168,48 | € 6.644.000 | ||||||
- niet-woningen | 4 | € 168,48 | € 1.513.000 | € 168,48 | € 1.510.000 | ||||||
Hondenbelasting | 5 | € 55,80 | € 535.000 | € 55,80 | € 535.000 | ||||||
(Water)toeristenbelasting | 6 | € 1,10 | € 233.000 | € 1,10 | € 176.000 |
Toelichting
- Het tarief 2021 is met 7,25% verhoogd ten opzichte van het jaar 2020. Er is nog geen rekening gehouden met bijstelling van het tarief in verband met de waardeontwikkeling.
- Het tarief is gebaseerd op het hebben van een grijze container met een inhoud van 240 liter en een groene container met een inhoud van 140 liter.
- Het tarief van € 168,48 is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- € 140,28 voor een eigenaar van een woning
- € 28,20 voor de gebruiker (tot 125 m3).
- Voor kavels tot 1.000 m2 is het tarief voor niet-woningen gelijk aan het tarief van woningen. Bij een grotere kavel geldt een opslag op het basistarief.
- Het tarief is gebaseerd op het tarief voor de 1e hond.
- Het tarief voor toeristenbelasting is € 1,10 per overnachting. Het tarief voor watertoeristenbelasting is € 1,10 per persoon per etmaal, waarbij een factor voor de lengte van het vaartuig wordt toegepast.