Samenvatting
Het weerstandsvermogen geeft de financiële gezondheid van de gemeente weer. We drukken deze uit in een ratio. De uitkomst van de ratio moet in beginsel minimaal 1 zijn.
Op hoofdlijnen is het beeld als volgt:
Omschrijving | Bedrag/ratio incidenteel | Bedrag/ratio structureel |
---|---|---|
Geïnventariseerde risico’s | € 8,7 miljoen | € 2,0 miljoen |
Weerstandscapaciteit | € 31,9 miljoen | € 3,5 miljoen |
Weerstandsratio | 3,67 | 1,74 |
De conclusie hieruit is dat de weerstandscapaciteit van voldoende omvang is om de gekwantificeerde risico’s te ondervangen. Er is ook ruimte voor het opvangen van onvoorziene risico’s.
We maken echter wel de kanttekening dat de COVID-19 crisis voor grote onzekerheid zorgt. Het is onduidelijk wat voor (financiële) effecten deze crisis heeft voor de toekomst. De huidige crisis en de ontwikkelingen noodzaken dat we moeten sturen met grote onzekerheid. We volgen daarom nauwgezet alle ontwikkelingen en gevolgen voor onze inwoners, bedrijven en instellingen. Uiteraard ook de gevolgen voor onze eigen begroting. We volgen kritisch alle landelijke ondersteuningsmaatregelen en bepalen welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.
De weerstandsratio van de incidentele weerstandscapaciteit is lager dan dat we in voorgaande programmabegrotingen presenteerden. Dit komt omdat we de berekening van de weerstandscapaciteit hebben verbeterd. We nemen hierin nu alleen de daadwerkelijk vrij beschikbare ruimte mee. Ruimte in reserves waar via eerdere besluitvorming al een bestemming aan is gegeven, hebben we niet meer meegeteld in de weerstandscapaciteit. Dit betreft de bestemmingsreserves en inzet van de algemene reserve waarover al besloten is.
Ten opzichte van de jaarrekening zijn er een aantal risico's vervallen. Deze zijn inmiddels concreet geworden en de effecten hiervan zijn verwerkt in deze programmabegroting.